Verslag en Foto's Boekpresentatie 27februari 2012

Fotogalerie van mijn boekpresentatie in de bibliotheek Barendrecht op 27 februari 2012 op Facebook of op Picasa.

Voor degenen die er niet bij konden zijn en eventuele belangstellenden een impressie van mijn presentatie:

 

17/2/12 Welkomswoord: 

Het is een enorme eer om hier te mogen staan, tussen alle beroemde schrijvers en dichters, zowel de grote schrijvers uit het verleden als uit het heden, van de Nederlandse literatuur: Harry Mulisch, Hubert Lampo(De komst van Joachim Stiller), A. den Doolaard(Herberg met het hoefijzer), de Engelse literatuur: Tolkien(In de ban van de ring), C.S. Lewis(Narnia) – tijdgenoten – en van de spannende verhalen: Arthur Conan Doyle(Sherlock Holmes), Dan Brown(Da Vinci Code), Joanne Rowling(Harry Potter) en James Clavell(Shogun, Noble House). Iedereen hier heeft z’n favorieten. 

Dan kun je je afvragen: ‘Hoe word je nu ineens schrijver?’

Toen ik Ilean, mijn negenjarige zoontje, voorlas uit een verhalenbundel(De wondere wereld van Hendrik Meyer) van een andere beroemde Britse schrijver Roahl Dahl, stuitte ik op een autobiografisch verhaal met de titel: ‘Een buitenkansje ofwel Hoe ik schrijver werd’. 

Een citaat: “Charles Dickens vond het makkelijk. Toen hij 24jaar oud was ging hij gewoon zitten en schreef ‘The Pickwick Papers’(publicatie in de vorm van een feuilleton), wat onmiddelijk een bestseller werd. Maar Dickens was een genie, en genieën zijn anders dan wij.” Roahl Dahl was onwetend toen dat ook zijn boeken later bekroond en verfilmd zouden worden, ook zijn eerste verhaal over zijn oorlogservaringen (één van zijn weinige autobiografieën) werd direct gepubliceerd in The Saterday Evening Post.

 

“Hier zijn een paar eigenschappen die je moet hebben of je eigen moet maken wanneer je schrijver wilt worden:


1. Je moet een levendige fantasie hebben.” Dat had Roahl Dahl zeker, een voorbeeld van zijn korte bizarre vertellingen: “Lamb to the slaughter” over een vrouw die haar man met een lamsbout doodsloeg, omdat hij haar verveelde, en vervolgens de politie belde, zogenaamd ongerust over de verdwijning van haar man, die zij een maaltijd met lamsbout voorschotelde, waarop de politie doodleuk het bewijsmateriaal opat. Hoewel het verhaal een soort duistere humor heeft, blijkt de praktijk soms net zo luguber, getuige een boek dat ik heb gelezen over de ervaringen van Amerikaanse rechercheurs en forensisch onderzoekers. Bijvoorbeeld toen een rechercheur moordzaken een zaak onderzocht waarbij een kok ruzie had gekregen met zijn vrouw en haar naar eigen zeggen per ongeluk doodsloeg en niet wist wat hij met het lichaam moest doen. Hij besloot gehaktbrood van haar te maken en verkocht dit in zijn slagerij. Zijn onwetende klanten hielpen mee het bewijsmateriaal weg te werken, een macaber gegeven, zeker voor de ongelukkige klanten.

2. Je moet goed kunnen schrijven. Daarmee bedoel ik dat je een bepaalde gebeurtenis bij de lezer moet kunnen laten leven. Dat is een talent dat je hebt of niet.

3. Je moet doorzettingsvermogen hebben, m.a.w. je moet kunnen doorgaan zonder op te geven, uur na uur, dag na dag, week na week, maand na maand.

4. Je moet een perfectionist zijn. Dat betekend dat je niet tevreden mag zijn met wat je geschreven hebt tot je het over en over geschreven hebt, tot je zeker weet dat je niet beter kan.

5. Je moet veel zelfdiscipline hebben. Je werkt alleen. Je bent bij niemand in dienst. Niemand zal je ontslaan als je niet aan ‘t werk gaat, of je een standje geven wanneer je het erbij laat zitten.

6. Het helpt een hoop als je gevoel voor humor hebt, zeker bij het schrijven van kinderboeken.

7. Je moet bescheiden zijn, De schrijver die zijn werk geweldig vindt krijgt moeilijkheden.”

8. Daar wil ik persoonlijk nog een punt aan toevoegen: Je hebt andere mensen nodig voor een goed eindproduct. Mijn boeken zouden lang niet zo professioneel zijn zonder hun expertise.

 

Daarom maak ik van de gelegenheid gebruik om deze mensen te bedanken, zonder hun hulp had ik hier niet gestaan:

 

a. De Bibliotheek Barendrecht voor het geven van deze kans en Monique van der Blom voor de begeleiding.

b. Levina, Anneke, Regina en alle anderen, voor hun hulp bij de catering, de hapjes en gebruik van de microfoon . 

c. Boekhandel Bert Onnink voor de promotie van de boeken van een onbekende schrijfster, toen mijn boeken op de toonbank lagen niet ver bij Saskia Noort vandaan, en later in de etalage(naast Steve Jobs) is een onbeschrijfelijk gevoel.

d. Eelco Romeijn van POI Creatives (voor interactieve games op je telefoon) voor het filmen en fotograferen van deze avond, hij kan er zeker iets moois van maken(film op YouTube)

e. KRIMSON, het bedrijf dat de prachtige website van Bureau MaRiT heeft gemaakt, helaas kunnen ze hier  niet aanwezig zijn omdat Krimson dit weekend een seminar heeft, gelukkig is Imre hier wel.

f. Frank Stoute van Studio Stoute, voor zijn hulp bij de vormgeving van het boek en de prachtige omslag, van het Noordereiland in Rotterdam, de plaats waar detectivebureau Bureau MaRiT gevestigd is. 

g. Erik Allersma, brigadier bij de Politie R’dam-Noord, die ik altijd om raad mag vragen over politiezaken. 

h. Alle proeflezers, dankzij hun enthousiaste commentaar had ik het doorzettingsvermogen om te blijven schrijven over de avonturen van privédetective Marit Johansen.

a. Eline van de Waal en Astrid Bredius, mijn scherpzinnige editors, Eline die mij voorzichtig waarschuwde dat zij weleens kon gaan gaan strepen in mijn manuscript, dat zeker is gebeurd en alleen maar ten goede kwam aan het verhaal en Astrid die als een woorddetective de teksten onder handen nam en net als Eline de inhoudelijke tekst beoordeelde. Zonder hun professionele hulp was het eindprodukt niet volwaardig geweest.

b. Imre, mijn man, en mijn zoon Ilean, die trots op me zijn en met me meeleven, en Imre die heel wat avonduurtjes heeft besteed aan de promotie van Bureau MaRiT en bij Krimson het ontwerp voor de prachtige website heeft gemaakt en vele dingen meer. Dank jullie wel!

Dan wil ik graag het eerste boek uitreiken aan Gerrit Ouwens, mijn stiefvader met wie mijn moeder op 70jarige leeftijd trouwde, veel verre reizen samen hebben gemaakt, o.a. een wereldreis pal na de aanslag op het World Trade Centre en waarop hun latere commentaar was dat de vliegtuigen wel lekker leeg waren zodat zij languit konden gaan liggen. Dit boek heb ik aan mijn moeder opgedragen(mijn grootste fan), en het tweede boek aan Gerrit die haar de laatste 2 jaar van haar leven op de verpleegafdeling van Sonneburgh heeft verzorgd. Vorig jaar op 4 november is zij overleden en in die moeilijke tijd is Gerrit geen moment van haar zijde geweken, zelfs de druivenschilletjes verwijderde hij omdat zij die niet meer kon eten. 

Met dank ik Wim Bernards, hoofdredacteur bij Reader’s Digest voor zijn bereidheid om het tweede boek in ontvangst te komen nemen. Ik heb Wim ontmoet bij mijn huidige werkgever Byelex, waar RD een website (De Boekenbuzz) liet bouwen. Toen ik hem schoorvoetend vroeg om mijn allereerste versie van BM te lezen, toonde hij zich bereidwillig hier commentaar op te leveren. Wim is een echte boekenliefhebber die vertelde over zijn bijzondere ontmoeting met Appie Baantjer. Ook dat een verhaal diverse valkuilen kan hebben, het heeft bijvoorbeeld de neiging om in het midden in te zakken, soms 30% van geschrapt wordt of zelfs hele karakters worden weggelaten. Dat was even slikken. Gelukkig beoordeelde hij Bureau MaRiT op de verhaallijnen en de karakters van het boek waarop hij positief reageerde. In de soms moeilijke uurtjes waarin het schrijven niet wilde vlotten en ik twijfelde aan mijn eigen kunnen, sterkten zijn woorden mij om de moed niet te verliezen, zodat ik hier nu kan staan. 

William Vat heeft zich bereid gevonden mij als onbekende Barendrechter te interviewen over het Bureau MaRiT. Voor een nadere kennismaking met William wil ik hem graag uitnodigen iets over zichzelf en zijn laatste filmproject van Paul Verhoeven te vertellen.

INTERVIEW:

Heb je er altijd van gedroomd schrijfster te worden?

Ik heb er nooit bij stilgestaan en was wel een fanatieke lezer en filmkijker. Waarschijnlijk door het bloggen over de opvoedperikelen van mijn zoontje Ilean, daarna artikelen en daarna verhalen geschreven. 

Wie zijn je voorbeelden?

Vooral de Engelse schrijfsters die ik graag las zoals Daphne du Maurier(Rebecca, Jamaica Inn), De Bronthe zusjes(Jane Eyre, Wuthering Heights) verhalen met die typische suspense, maar ook Sherlock Holmes(Arthur Conan Doyle -Hound of the Baskervilles) en de Chinese mysteriën van Rechter Tie. 

Waar doe je inspiratie mee op?

O.a. door muziek, levenservaring, reizen, openstaan voor gebeurtenissen/mensen, je verwonderen. Vakliteratuur zoals de boeken van Peter R. de Vries of waargebeurde verhalen zoals het verhaal van Ernest Louwes(de Deventer Moordzaak), die ervan werd verdacht de rijke weduwe Jacqueline Wittenberg te hebben vermoord.(Peter R. de Vries zegt schuldig, Maurice de Hond gelooft in zijn onschuld). Een interessant gegeven.

Lijk je zelf op de hoofdpersoon uit het boek Marit Johansen?

Detectivewerk interesseert me, anders zou ik er niet over kunnen schrijven, en ik hou van de spanning maar of ik ook zelf op onderzoek uit zou gaan… Wat is de motivatie van de daders. Net als Marit kan ik mij verwonderen over bepaalde gebeurtenissen en probeer een verklaring te vinden. Marit gaat de confrontatie aan en heeft haar bedenkingen maar leert dat ook misdadigers mensen zijn die kunnen veranderen, hoewel zij hun straf niet zullen ontlopen. 

Wat is jouw doel met schrijven?

Mensen gelukkig maken. De Bureau MaRiT-boeken zijn  spannend maar ook ontspannend, het zijn heerlijke verhalen die je even uit de dagelijkse beslommeringen halen en je meenemen naar een andere wereld. In deze misdaadverhalen leer je de situaties, de mensen anders te bekijken, je gaat erover nadenken. 

Astrid Bredius geeft een korte impressie van de Bureau MaRiT-boeken 

Signeren